Mag ik je even introduceren?

Dit is Paul Cézanne.

Zijn werk was best revolutionair.

Het veranderde de 19e-eeuwse visie op creativiteit op zo’n manier dat de kunstwereld in de 20e eeuw niet meer dezelfde was.

In traditionele schilderijen was het zo dat de aandacht van de kijker uitgenodigd werd om via diagonale lijnen naar een object toe geleid te worden.

Die uitnodiging om naar iets te kijken maakte van de kijker een subject.

Oftewel: iemand die in relatie is met iets buiten zichzelf.

Cézanne wilde dat zijn schilderijen een ander effect zouden hebben.

Hij zei: “Ik wil dat mijn schilderijen de mensen een voorproefje geven van de eeuwigheid.”

Om dat effect te kunnen hebben, zouden Paul’s schilderijen die afstand tussen subject en object moeten oplossen.

Dus in plaats van de aandacht van de kijkers uit te nodigen om naar buiten te gaan, maakte Paul schilderijen die de aandacht uitnodigden om terug te gaan naar hun bron.

Door perspectief af te schaffen, bijvoorbeeld.

Het effect daarvan?

Hedendaags kunstenaar Rupert Spira legt uit:

“Omdat het oog nergens in kan doordringen danst het rond op het oppervlak van het schilderij.

De geest kan geen object vinden om te grijpen.”

En ja, als de geest geen object kan vinden om te grijpen, dán heeft de kijker de gelegenheid om zichzelf te proeven als de eeuwigheid, oftewel: bewustzijn.

20e-eeuwse kunstenaars & pionier-schrijvers over kubisme Albert Gleizes & Jean Metzinger schreven over Paul:

“Cézanne is één van de grootsten onder degenen die de loop van de kunstgeschiedenis hebben veranderd…

[…]

Zijn werk bewijst zonder twijfel dat schilderen niet -of niet langer- de kunst is om een ​​object na te maken met lijnen en kleuren, maar om een ​​plastische vorm aan onze natuur te geven.”

Dit is een ode aan Paul Cézanne.